ID010

De drie teksten werden geschreven door Lars Kwakkenbos. Aan de redactie ervan gingen tien gesprekken met Christophe Slagmuylder en Karlien Vanhoonacker vooraf. Er werd gepraat over het programma van het Kunstenfestivaldesarts 010, de rol van het festival en wat er vandaag in de wereld gebeurt.

 

Exces

We are going to miss everything we don’t need.
(Vera Mantero)
Betekende denken niet van oudsher de uitdaging dat het buitensporige grijpbaar voor ons opduikt?
(Peter Sloterdijk)
In 2006 vaardigde Japan een wet uit die stipuleerde dat elektrische apparaten van vóór 1990 voortaan niet meer verkocht mochten worden. De wet kwam er als reactie op een anticonsumptiebeweging, in gang gezet door iemand die oude elektroapparaten repareerde en verkocht. Veel Japanners reageerden verontwaardigd op de nieuwe wet. Er werden massademonstraties gehouden en de regering diende haar weer in te trekken.
In veel voorstellingen die dit jaar op het Kunstenfestivaldesarts te zien zijn, worden dingen vernield of weggegooid. Niet welgemikt, maar abrupt of willekeurig, als wil de kunstenaar de toeschouwer eraan herinneren dat in een exces, en misschien ook wel in de kunst in het algemeen, altijd iets arbitrairs schuilt.
Met stoelen smijten op een scène, een opera in Afrika willen bouwen, lichaamsbewegingen die nergens toe dienen en net daarom veel vertellen: kunst heeft in se iets excessiefs. Wat ooit op een scène stond, werd achteraf meestal bij het vuilnis gezet. De ecologische voetafdruk van de verhuis van een grote theaterproductie uit Azië is groot. Hoe laat zich dat vandaag verantwoorden? Wij zijn allemaal consumenten en vandaag vragen we ons vaak af of we, ook wanneer het over kunst gaat, daarin geen kritisch punt hebben bereikt. Dat punt ligt echter niet zozeer in het exces zelf dan wel in het feit dat het vandaag al te snel in een uniform wereldbeeld geijkt en verrekend wordt. Laat het exces zich in een tijd van besparingen en ecologisch onheil nog anders interpreteren dan als consumptie?
Waar naartoe met het exces? Het buitensporige. Grenzen overschrijden. Je lichaam op het spel zetten en verlangen, wellicht, om jezelf elders terug te vinden. Energie morsen. Creaties een eigen weg laten zoeken, als blinde projectielen die, als ze passeren, de wereld opnieuw uitlijnen. Hoe groot kan een scène zijn? In se is zij mateloos.
Als we onze manier van leven vandaag moeten herdenken, laten we dan ook eens nadenken over hoe het exces zich laat belichamen en wat het kan teweegbrengen. Wie die vraag stelt, beheerst ook het vermogen om aan een andere wereld te denken, en zo kunnen we misschien alsnog een draai aan de geschiedenis geven, voorbij de paralysie van vooruitgang: de wereld versnelt voortaan vanzelf, en de mens holt er met rekenwerk achteraan.
Alles kan sneller en beter, maar wanneer beweegt of verandert er iets? In het exces ogen de contouren die we voor de wereld proberen uit te tekenen, heel even futiel. Draagt de chaos die opduikt op een scène niet evengoed de belofte van een bevrijding in zich?

Nabij

De ruimte van de globe is rondomrond geworden. Wie vandaag naar nieuwe grenzen zoekt, krijgt alleen nog, groots en onheilspellend, een radicale eindigheid in het vizier (de grenzen van het leven zelf). Waar gaan of moeten we heen met de kunsten in een tijd van krappe budgetten en ecologische uitdagingen, nu groter en sneller als ordewoorden voor de hoop op een betere wereld afgedaan hebben? De wereld lijkt klein genoeg geworden; er is geen elders meer om nog naar uit te kunnen wijken…
Wat voor zin heeft het om naar de andere kant van de wereld te reizen, er een voorstelling te bekijken en die dan naar Brussel te halen? Vroeger leek het antwoord eenvoudig: we wilden de wereld waarin we bleken te leven, beter leren kennen, en een echte kosmopoliet wilde bovendien onbevangen de wereld rond kunnen vliegen. Vandaag is het moeilijk om nog een ‘elders’ te vinden. En wie de globalisering het hardst verdedigt, lijkt zich er vaak ook het best tegen te hebben ingedekt.
De globalisering had iets koortsigs: ze doet nog overal pijn, maar we willen niet meer zonder. En al herkennen we de rest van de wereld almaar vaker en ook beter, ons perspectief zal altijd geschaald blijven: wat ver weg gebeurt heeft een andere impact dan wat zich in onze eigen straat afspeelt.
Kunst heft zulke schaallijnen waarlangs we gewoon zijn te kijken, niet op. Ze kan ze wel doorkruisen. In een verhaal of op een scène kan alles nabij zijn: iets kleins of intiems aan de andere kant van de wereld geraakt dan tot vlakbij. Hoe ver moet je weggaan om jezelf (terug) te vinden? Hoe ver weg om de contouren van je eigen identiteit te herkennen? We hoeven niet nog mobieler te worden, het is zaak de “juiste beweeglijkheid” te vinden, schreef filosoof Peter Sloterdijk twintig jaar geleden al.
Een wandeling in eigen stad is soms vreemder dan een vlucht ver weg. Nu de wereld grenzeloos is geworden, vinden veel kunstenaars het nodig om dichtbij te kijken. Ze werken in de straat waar ze wonen of op een plek in hun stad waar ze normaal gezien nooit zouden komen omdat het er onveilig is. In een wereld waar geen grenzen meer te vinden zijn, duiken nu overal grenzen op die we jarenlang over het hoofd hebben gezien, of die, omdat er andere verdwenen, vlakbij weer worden opgeworpen.

Bevrijding

Steeds onder zelfgebouwde daken te zijn, betekent gevangene van een voorbije vrijheid te worden.
(uit een volgens Peter Sloterdijk verdwenen brief van Rainer Maria Rilke)
Bedenken we nog nieuwe werelden of vrijwaren we ze alleen? Weten we nog dat we dingen kunnen kwijtraken? Ook de kunst heeft de neiging zichzelf te beschermen. Tegelijk echter blijft ze ideeën over bevrijding en vrijheid belichamen.
We zijn een tijdperk van onzekerheid ingestapt. Met nieuwe controleprocedures en een goed slot op de deur van huis en continent hopen we die onzekerheid te kunnen indijken. Een crisis of epidemie laat zich niet incalculeren, en niemand gelooft dat de wereld immuun kan zijn voor oude of nieuwe gevaren, maar we hebben er wel veel voor over om zo’n wereld te creëren.
Peter Sloterdijk ziet in onze leef- en denkwerelden immuunsystemen aan het werk. Omdat zulke immuunsystemen de idee van verandering of bevrijding hypothekeren, dringt de vraag zich op of, en hoe, de idee van een bevrijde mens zich vandaag laat verwerkelijken. Kan bevrijding enkel nog esthetisch betekenisvol zijn? In de bevrijdingen die kunstenaars belichamen en verbeelden, overschrijft de kunst ook haar eigen grenzen. Dansen in een favela. Het loslaten van controle. Bestaande patronen achter je laten. Letterlijk de scène overschrijden, door te proberen haar op te bouwen in een context waar, in onze ogen althans, vooral het overleven een uitdaging is.
Dit jaar worden in sommige voorstellingen ook heel concrete bevrijdingen gesuggereerd. Moderne vormen van slavernij nemen globale dimensies aan; verhalen daarover duiken net zo goed in Brussel op. De chaos die op een scène achterbleef, kan herinneren aan een bevrijdende geste. Maar andersom geldt misschien ook dit: om een nieuwe, vrije wereld te bedenken, moet je een muur om jezelf heen kunnen bouwen.
Sommigen zeggen dat we in postpolitieke tijden leven waarin een verlangen naar stabiliteit en veiligheid de gedachte aan een betere wereld onmogelijk heeft gemaakt. Nooit tevoren werd de hele aardbol zo goed in het oog gehouden. Elke kunstenaar die in zo’n wereld ideeën, lichamen, gevoelens of de realiteit tout court wil bevrijden, zet ook altijd een stuk van zijn eigen, concrete leven op het spel. Wie zijn vrijheid telkens opnieuw wil uitvinden, moet op zoek naar andere manieren waarop hij op zijn eigen leefwereld betrokken kan zijn. Eeuwenlang werd de kunstenaar gezien als een prototype van de mens die zichzelf zou kunnen bevrijden. Vandaag wil hij geen gevangene worden van de vrijheid die hij voor zichzelf geformuleerd zag. In het besef dat er altijd nog een andere wereld mogelijk is, wordt elke gedachte van op de scène weer naar de buitenwereld teruggekaatst. Dansen in no-go areas. We moeten, om Peter Sloterdijk te parafraseren, het onmogelijke in het reële blijven planten.

festivalkit